Franchisee, you merit more protection

Please scroll down for the English version

De franchisenemer verdient meer bescherming

Zowel in de wetgeving als in de rechtspraak weerklinkt dit standpunt. Om te beginnen met de rechtspraak: de Hoge Raad wees op 24 februari 2017 een arrest in het voordeel van de franchisenemer. De Hoge Raad oordeelde dat de franchisegever onzorgvuldig en onrechtmatig handelt, als deze een prognose van de te verwachten omzet aan de franchisenemer verstrekt, terwijl hij behoort te weten dat die prognose fouten bevat. Indien de franchisenemer op basis van deze prognose handelt en hierdoor schade lijdt, kan de franchisegever aansprakelijk worden gesteld en kan deze verplicht worden de schade te vergoeden. Dit is een verruiming van de aansprakelijkheid van de franchisegever ten opzichte van de aansprakelijkheid die voortvloeit uit een eerdere uitspraak, het zogeheten Paalman/Lampenier-arrest (25 januari 2002). In laatstgenoemd arrest werd bepaald dat voor aansprakelijkheid van de franchisegever nodig is dat hij de franchisenemer welbewust op het verkeerde been heeft gezet.

De uitspraak van 24 februari jongstleden zorgt ervoor dat de franchisegever voortaan wordt beperkt in het opstellen van te rooskleurige prognoses, waarmee de franchisenemer als het ware de franchisesamenwerking in wordt gelokt. In feite koopt de franchisenemer iets met het idee dat het zal opleveren wat hem beloofd is. Als die belofte niet waargemaakt wordt, kan hij zich nu verhalen op de franchisegever.

Ook in de wetgeving is beweging op het gebied van franchise merkbaar. Minister Kamp kwam onlangs met een wetsvoorstel ter implementatie van de Nederlandse Franchise Code (NFC), met als doel de daarin vervatte regels voor een evenwichtigere verhouding tussen franchisegever en franchisenemer afdwingbaar te maken. De voor de Nederlandse economie zo belangrijke franchisesamenwerking moet duidelijker, redelijker en billijker; met name moet de zwakkere positie van de franchisenemer versterkt worden. Dit zou bijdragen aan een sterke en gezonde franchiseformule en daarmee een gezonde Nederlandse economie, meer duidelijkheid en minder geschillen. De vraag is of verankering van de NFC niet enkel window dressing is, nu het net als het Nederlandse contractenrecht grotendeels gebaseerd is op de redelijkheid en billijkheid. Verankering van de NFC in de wet zal vermoedelijk niet zorgen voor concretere handvatten en uitbreiding van bestaande rechten, waardoor de franchisenemer terugvalt op bestaande wetgeving.

Voor vragen naar aanleiding van dit memo, kunt u contact met ons opnemen:

Stefano Francovich: s.francovich@meritadvocaten.com, +31 (0)6 21 22 47 30

Mareille van Nattem: m.vannattem@meritadvocaten.com, +31 (0)6 39 10 25 00

 

Franchisee, you merit more protection

Both the Dutch legislation and the Dutch jurisdiction echo this view. To begin with Dutch jurisprudence: on February 24, 2017, the Dutch Supreme Court (Hoge Raad) judged in favor of the franchisee. The Dutch Supreme Court ruled that the franchisor acts carelessly (onzorgvuldig) and wrongfully (onrechtmatig) if it provides the franchisee with a forecast of the expected revenue while it ought to know that such forecast contains errors. Consequently, if the franchisee acts in accordance with the wrong forecast and suffers damage the franchisor can be held liable and, if so, must compensate the franchisee. This is an extension of the liability of the franchisor compared to its liability arising out of an earlier decision of the Dutch Supreme Court, the so-called Paalman/Lampenier-judgement (January 25, 2002). This judgment states that the franchisor can only be held liable if it consciously (welbewust) put the franchisee on the wrong track.

The judgement of February 24, 2017 ensures that the franchisor is now limited in drafting rosy forecasts used to lure the franchisee into the franchise cooperation. In fact, the franchisee buys something with the idea that such thing will deliver on the promise of the franchisor. If that promise is not fulfilled, the franchisee can now be compensated by the franchisor.

Noticeable changes regarding franchise have also been observed in Dutch legislation. Dutch Minister Kamp of Economic Affairs recently came up with a bill to implement the Dutch Franchise Code (DFC) with the aim of enforceability of rules contained in the DFC which balances the relationship between franchisor and franchisee. Being an important component of the Dutch economy, the franchise cooperation should be clearer, more reasonable and fair – and in particular – the weaker position of the franchisee should be strengthened. This would, according to the Dutch Minister, contribute to a strong and healthy franchise formula and thus a healthy Dutch economy, greater clarity and fewer disputes between franchisor and franchisee. Question is whether the legal anchor of the DFC is not solely used as window dressing since Dutch contract law is already based on reasonableness and fairness (redelijkheid en billijkheid). Anchoring the DFC will probably not provide more concrete handles or extension of existing rights so that the franchisee will fall back on existing Dutch legislation.

Should you have questions regarding this memo, do not hesitate to contact us:

Stefano Francovich: s.francovich@meritadvocaten.com, +31 (0)6 21 22 47 30

Mareille van Nattem: m.vannattem@meritadvocaten.com, +31 (0)6 39 10 25 00